Rol: tekstschrijver en marketingtijgerin.
Werkt bij B&S sinds: oktober 2016.
Wat is je favoriete kattengedrag: ‘Bij zachte dekentjes verandert mijn volwassen kat weer in een kitten. Hij sabbelt en kneedt met zijn pootjes, zoals hij vroeger deed als hij bij zijn mama dronk.’

Wat vind je het leukst aan je werk bij Bord&Stift?
‘Proberen zo verhalend mogelijk te schrijven. De informatie niet zomaar sec overbrengen, maar naar een manier zoeken om dat zo aansprekend en levendig mogelijk te doen.’

Wat is dat eigenlijk, verhalend schrijven?
‘Letterlijk een verhaaltje ergens van maken. Scènes bedenken, met een verhaallijn en personages. Kijkers kunnen iets veel beter onthouden als de informatie onderdeel uitmaakt van een context. Een lijst met losse bullet points blijft niet zo lekker hangen, een verhaal met personages die iets meemaken wel. Het werkt ook goed met de tekeningen; concrete scenes kunnen beter in beeld gebracht worden dan abstracte ideeën of begrippen.

Het liefst schets ik een wereld waarin kijkers zich herkennen. Met een filmpje wil je ze immers raken, prikkelen. Gewoon een bak informatie over ze uitstorten werkt averechts, dan haken ze af. Hoe technisch een verhaal ook is, uiteindelijk gaat het altijd om mensen, om hoe zij omgaan met een nieuwe service, een nieuw systeem of een nieuw idee. Als je je inleeft in je kijkers en je boodschap op hen afstemt, dan bind je ze aan je. Iedereen wil gezien worden.’

Bij welke filmpjes is dat goed gelukt?
‘Wat we vaak doen is één of meerdere personages neerzetten. Zo maakten we een filmpje voor een middelbare school, waarin drie fictieve leerlingen een bepaald schoolpad volgden. Zo maakten we op een speelse manier aan leerlingen en hun ouders inzichtelijk wat de opties zijn.

In het filmpje voor Mentorschap Nederland brachten we ook twee personages tot leven, die door hun ziekte of beperking niet volledig in staat zijn zelf beslissingen te nemen. Het filmpje roept op om mentor te worden voor zo iemand. Dat vind ik wel de leukste filmpjes, waarin we meehelpen de wereld een beetje mooier te maken.’

Wat doe je verder, naast verhalend schrijven?
‘Een keer per week werk ik als vrijwilliger in het asiel, bij de katten. Gezien worden is niet alleen iets wat mensen fijn vinden, dieren ook. Mijn favoriete katten zijn de kneusjes, de bangeriken. Om die uit hun schulpjes te laten kruipen moet je echte aandacht hebben, grenzen erkennen en soms even liefdevol overgaan. Ik zie het als een soort dans, voorzichtig toenadering zoeken en dan weer gepaste afstand nemen. Je ziet vaak dat ze wel willen knuffelen, maar niet durven. Het moment dat ze door hebben hoe fijn het gekriebel over hun kopje is, ze wat meer ontspannen, behoedzaam hun lijf tegen mijn hand aan duwen en me zo hun vertrouwen geven, dan raast de euforie door me heen.

Zelf heb ik ook twee katten, Broccoli en Zucchini. Het idee dat de dierenarts ‘Broccoli’ moet roepen als ik daar in de wachtkamer zit, maakt me nog steeds behoorlijk gelukkig.’